Prof. dr. P.J.J. Geest



This page has been moved. You are being redirected.

2e-54
p.j.j.van.geest@vu.nl
faculteit der godgeleerdheid ( texts & tradition )
Hoogleraar Augustijnse Studies

Aanwezigheid

Donderdag

Onderzoek

Dit onderzoek heeft betrekking op de wijze waarop Augustinus gevoelens als ‘vrees’ omschrijft of expliciteert. Augustinus’ denken over affecten als amor, dilectio, caritas zijn evenals over de concupiscentia reeds zeer vele studies verschenen. Zijn denken over de timor is evenwel nauwelijks onderwerp van studie geweest. Middels de hermeneutiek, waarmee in Stellig maar onzeker. Augustinus’ benadering van God cruciale teksten zijn ontsloten, zou een onderzoek naar Augustinus’ opvatting over de timor kunnen plaatsvinden.

Voor mensen die in God geloofden en geloven, en voor wie ook na de dood op in het hier en nu onvoorstelbare wijze ‘iets van’ verantwoording moet worden afgelegd, kan en kan de vrees of angst een levenshouding zijn die gepaard gaat met het ontzag voor God (timor reverentialis). Als in het onderhavige onderzoeksvoorstel het begrip angst of vrees wordt gebezigd, dan wordt deze ook niet uitsluitend als een psychosomatisch grondgevoel opgevat, maar vooral als een grondhouding voor God, die een zuiverende werking heeft op de menselijke passies. Bovendien ligt aan het onderhavige onderzoeksvoorstel de veronderstelling ten grondslag de vrees als affect in wisselwerking staat met het verwerven van inzicht in mensen en God en de vrees voor God een essentieel onderdeel is van de geestelijke weg.

Bij het lezen van sleutelpassages wordt de chronologie van de werken in acht genomen om de ontwikkelingen van en zwaartepunten in Augustinus’ invulling te ontdekken. Deze component behelst dus een beschrijving en analyse van de denotatie en connotatie die Augustinus aan termen als timor toekent en de ontwikkelingen hierin. Het dient opgemerkt te worden dat in dit gedeelte van de studie niet alleen passages zijn geanalyseerd, waarin Augustinus expliciet over timor spreekt. Ook aan ‘timor’ verwante termen moeten in hun context worden bestudeerd voor zover dit bijdraagt aan de verdieping van het inzicht in de diepte en reikwijdte van Augustinus’ timor- begrip. Ten slotte wordt de diepte en reikwijdte van Augustinus’ denken over de timor ook in kaart gebracht door de cruciale passages, waarin hij de vrees ter sprake brengt, in het licht de plaatsen van de Griekse, Latijnse, Neoplatoonse, Stoicijnse en vroegchristelijke bronnen, waarin vóór of ten tijde van Augustinus visies op de timor en de hieraan gerelateerde passies te berde zijn gebracht.

Het ligt niet in de bedoeling alleen de Augustinus’ notie van de vrees te onderzoeken. Minstens zo interessant is het, de vrees bij Augustinus als werkelijkheid te bezien, die geloof veronderstelt en die groeit in het spanningsveld van de orde en wanorde in schepping en wereld. In het tweede gedeelte van het onderzoek wordt dus de wijze bestudeerd waarop Augustinus de vrees opwekt en intensiveert. In deze component worden in chronologische volgorde vooral díe teksten in onderzocht waarin Augustinus gevoelens van timor tracht te intensiveren door het gebruik van bepaalde gods- en mensbeelden, met als doel mensen uit te zuiveren, te verheffen tot God of hen ontvankelijk te laten worden voor de genade.

Tenslotte zal de spanning en wisselwerking tussen uitleg (1) en evocatie (2) van de timor worden onderzocht. In de synthese zal duidelijk worden hoe fundamenteel voor Augustinus de rol van de vrees is in het leven van de denkende, willende en handelende mens. De wisselwerking laat zich vooralsnog het beste verklaren middels een voorbeeld.

Onderwijs

Keuzecollege Stellig maar onzeker. Augustinus als negatief theoloog.

Recente publicaties

  • Thomas a Kempis (1379/1380 - 1471). Een studie van zijn mens- en gods¬beeld. Analyse en tekstuitgave van de Hortulus rosarum en de Vallis liliorum.  Kampen: Kok, 1996. 488 p. [diss. Utrecht];
  • Integriteit als weg naar God. Over de spiritualiteit van Augustinus. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Augustijnse Studies aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht op vrijdag 18 oktober 2002. Utrecht: KTU, 2002. 68 p.;
  • Stellig maar onzeker. Augustinus’ benadering van God. Budel: Damon, 2007. 256 p. [tweede, licht gewijzigde herdruk: 2008];
  • [met E.P. Meijering], De status van de kerkvaders. Geschiedenis – thema’s – perspectief. Zoetermeer: Meinema; Averbode: Altiora, 2009. 252 p.
  • [met H. Goris, C. Leget, ed.], Aquinas as Authority. A collection of studies presented at the second conference of the Thomas Instituut te Utrecht, December 14-16, 2000. Leuven: Peeters, 2002. VII - XVIII + 338 p. (Publications of the Thomas Instituut Utrecht. New Series 7);
  • [met H. van Oort ed.], Augustiniana Neerlandica. Aspecten van de spiritualiteit van Augustinus. Leuven - Dudley: Peeters, 2005. 539 p.;
  • [met W. v. Asselt, D. Müller, Th. Salemink, ed.], Iconoclasm and Iconoclash. Struggle for Religious Identity. Leiden - Boston - Köln: Brill, 2007. 520 p. (Jewish and Christian Perspective Series 14);
  • Thomas a Kempis. Mystagoog op de breuklijn tussen de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Kampen: Kok, 2008. 197 p. (Serie Inleiding met kernteksten).

CV

Datum graad behaald: Dr. Theol. 3-9-1996

Opleiding

  • 1976 - 1982: gymnasium A, St. Stanislascollege te Delft.
  • 1982 - 1986: studie Nederlandse Taal- en Letterkunde, Rijksuniversiteit te Leiden.
    propedeuse: 8 juli 1983;
    hoofdvak: oudere letterkunde;
    doctoraalexamen: 26 september 1986;
    eerstegraads onderwijsbevoegdheid: 26 september 1986.
  • 1986 - 1991: studie wijsbegeerte en theologie, Pontificia Universitas Gregoriana te Rome.
    kandidaatsexamen: 3 juli 1989;
    licentiaatsexamen: 15 juni 1991;
    hoofdvak: fundamentaaltheologie;
    bijvakken: filosofie, pastoraaltheologie, psychologie, katechetiek.
  • 1991 - 1994: wetenschappelijk medewerker aan het Titus Brandsma Instituut van de Katholieke Universiteit Nijmegen.
  • 1995 - 1998: onderzoeksmedewerker project Bedevaartsplaatsen in Nederland (P.J. Meertensinstituut, KNAW).
  • 1996: promotie in de godgeleerdheid aan de KTU: 3 september 1996. promotor: prof. dr. H.W.M. Rikhof.
  • 1997 - 2002: R.K. pastor, Stichting IPV Rotterdam/Oost Capelle.
  • 1997: postdoc vanwege het Thomasfonds aan de KTU.
  • 1997: bedrijfsadviseur Technische Hogeschool Rijswijk en Dutch Quality Schools.
  • 1997 - 1998: toegevoegd universitair docent systematische theologie aan de KTU
  • 1997 - 2001: docent spiritualiteit KTU
  • 1998 - 2003: postdoc-fellow NWO, gedetacheerd aan de KTU.
  • 2001 - …: bijzonder hoogleraar Augustijnse Studies aan de KTU
  • 2005 - …: bijzonder hoogleraar Augustijnse Studies aan de faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU)
  • 2007 - …: Hoogleraar-directeur Centrum voor Patristisch Onderzoek van de Faculteit der Godgeleerdheid (VU) en van de Faculteit Katholieke Theologie (UvT)
  • 2008 - …: Hoogleraar Graduate School Humanities (Faculteit Geesteswetenschappen, UvT)

Wetenschappelijke werkverbanden

  • 1987 - 1989: archivaris Pontificium Collegium Germanicum - Rome
  • 1994 - 1999: lid werkgroep “Religie in de huidige samenleving” van het Katholiek Studiecentrum van de KUN.
  • 1995 - 2003: lid onderzoeksgroep Thomas van Aquino (OTAQ), KTU.
  • 1998 - …: senioronderzoeker NOSTER.
  • 2003 - 2006: secretaris research programme Identity in the making   (Faculteit Theologie UU – KTU)
  • 2003 - 2005: secretaris preparatory committee Second Conference of Church Historians Utrecht Iconoclash: Struggle for Religious Identity’ (UU- KTU)
  • 2005 - …: Co-editor After Augustine project (St. Andrews University Scotland)

Websites

www.patristiek.eu
http://www.uvt.nl/

Ancillary activities

Universiteit Utrecht - Hoogleraar Kerkgeschiedenis Tilburg, 01 september 2007
Universiteit van Tilburg - Hoogleraar Kerkgeschiedenis Tilburg, 01 september 2007
Last changes Ancillary activities: Amsterdam 27 januari 2017