em. prof. dr. Piet Visser

Emeritus Hoogleraar Geschiedenis van het Doperdom en aanverwante stromingen

Aanwezigheid

Op afspraak
(tel. 075-6172472 / pvisser_sem@hotmail.com)

Spreekuur docenten

Op afspraak
(tel. 075-6172472 / pvisser_sem@hotmail.com)

Onderzoek

  • Doopsgezinde elitevorming in de Nederlanden (ca. 1600-1850).
  • De cultuur- en kerkgeschiedenis van het Nederlandse doperdom, 1530-heden.
  • Een doopsgezind aandeel in de Nederlandse Verlichting.
  • Doopsgezinden in de kunst-, literatuur- en boekproductie.

Onderwijs

Bachelor

  • 100088: Inleiding in de geschiedenis van het doperdom
  • 100090: Geschiedenis van de doopsgezinden in Nederland

Master

  • 100117: De Nederlandse doopsgezinden in de Verlichting
  • 100118: De Nederlandse doopsgezinden in de 19de en 20ste eeuw

Graduates

  • Theo Brok: leven en werk van Adam Pastor (16de eeuw);
  • Bart Cuperus: leven en werk van Joannes Cuperus (18de eeuw);
  • Herman Meddens: Engel Arentsz Dooregeest en de Ryper Zeepostil (1699);
  • Ferdinand van Melle: leven en werk Johanna Kuiper (20ste eeuw) [copromotor: Kuiper, RUG];
  • Jan Popkema: geschiedenis van de christelijke Friese beweging (19de-20ste eeuw) [copromotoren: Jensma, RUG en Vree, VU];
  • Pieter Post: ontwikkeling doopsgezind kerklied (18de-20ste eeuw) [copromotor: Cossee RUG];
  • Marius Romijn: leven en werk van Herman Bakels (20ste eeuw); Anna Voolstra: cultuurgeschiedenis van mennist Mokum (16de-19de eeuw).

Recente publicaties

  • ‘De Zon boven Waterland. Nieuw licht op een veronachtzaamde nasleep van de ‘Lammerenkrijgh’ dankzij de teksteditie van een nieuwe bron: Conferentie gehouden met de vereenigde gemeentens tot Amsterdam als oock met de Vlaemse gemeente aldaer haer vergadering houdende inde Zon op de Zingel. Anno 1673 op den 6, 7, 8 Martius’, in: Doopsgezinde Bijdragen 32 (2006), p. 255-291.
  • ‘Under The Sign of Thau. The Bible and the Dutch Radical Reformation’, in: M. Lamberigts & A.A. den Hollander (eds.), in: Lay Bibles in Europe 1450-1800 (Leuven University Press / Uitgeverij Peeters, 2007), p. 97-116.
  • ‘Enlightened Dutch Mennonitism: The Case of Cornelius van Engelen’, in: Anselm Schubert, Astrid von Schlachta & Michael Driedgers (Hrsg.), Grenzen des Täufertums / Boundaries of Anabaptism.Neue Forschungen. Beiträge der Konferenz in Göttingen vom 23-27-08.2006 (Göttingen: Gütersloher Verlagshaus, 2009: ‘Schriften des Vereins für Reformationsgeschichte’, Band 209), 369-391.
  • ‘Stad van verdraagzaamheid? Amsterdam als vrijhaven voor andersdenkenden’, in: Cis van Heertum (red.), Libertas philosophandi. Spinoza als gids voor een vrije wereld (Amsterdam: In de Pelikaan, 2008), 18-39.
  • ‘Die Krefelder Mennoniten im Rahmen der niederländischen Mennonitengeschichte’, in: Mennonitische Geschichtsblätter 63 (2008),  9-33.
  • ‘”Die schoone Stadt Godts.” The Metaphor of the heavenly City in Dutch Mennonite Edifying Literature of the Sixteenth and Early Seventeenth Centuries’, in: Marion Kobelt-Groch & Cornelia Niekus Moore (Hsg.), Tod und Jenseits in der Schriftkultur der Frühen Neuzeit (Wiesbaden: Harrassowitz Verlag, 2008: ‘Wolfenbütteler Forschungen’, Band 119), 137-168.
  • ‘Mennonites and Doopsgezinden in the Netherlands, 1535-1700’, Ch. 8 of: John D. Roth and James M. Stayer (eds.), A Companion to Anabaptism and Spiritualism, 1521-1700 (Leiden/Boston: Brill, 2007: ‘Brill’s Companions to the Christian Tradition’, vol. 6), 299-345.
  • ‘De Lusthof des Gemoets van Jan Philipsz Schabaelje. Het populairste Nederlandse boek uit de Gouden Eeuw’, in: Jan Bos & Erik Gelijns (red.), Boekenwijsheid. Drie eeuwen kennis en cultuur in 30 bijzondere boeken. Opstellen bij de voltooiing van de Short-Title Catalogue Netherlands. Zutphen, Walburg Pers, 2009, 104-113 & 278-281.
  • ‘Pieter Jansz Twisck (1565-1636) en zijn Vader Ons. Pleidooi voor nieuw onderzoek naar een van de productiefste menniste oudsten, ter inleiding van de teksteditie van een herontdekt maar onvoltooid gebleven handschrift’, in: Doopsgezinde Bijdragen 34 (2008), 209-266.

CV

Piet Visser (1949) is geboren en groot gebracht op een Friese boerderij (te De Veenhoop en Jistrum). In zijn tienerjaren heeft hij het doopsgezinde geloof vaarwel gezegd en werd een linkse hippie en pacifist. Maar wat ooit wild was, is inmiddels mild – hij typeert zich vaak als ‘doopsgezind-gezind’. Hij beschouwt zijn motto: ‘Onderzoek alles, behoud het goede’ (1 Tess. 5:21), als een uitdaging voor het leven.
Hij begon zijn carrière eerst als onderwijzer in het lager onderwijs (Amsterdam 1970-1975), en vervolgens als leraar aan een middelbare school (Leiden, 1975-1976). Daarna studeerde hij Historische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij ook, in 1988, promoveerde. Voor zijn dissertatie over de literaire productie van twee zeventiende-eeuwse broers, Jan Philipsz en Dieric Schabaelje, ontving hij de eervolle prijs van het Prins Bernhard Fonds. Van 1988 tot 2002 was hij werkzaam als conservator en later als hoofdconservator van de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, waartoe ook de Doopsgezinde Bibliotheek behoort. Tien jaar lang (1992-2002) was hij tevens bijzonder hoogleraar in de Cultuurgeschiedenis van Handschrift en Boek, 1450-1800, bij de Faculteit der Letteren van de Universiteit van Amsterdam. In 2002 aanvaardde hij zijn huidige baan als (kerk)historicus aan zowel het Doopsgezind Seminarium als de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is sedert 1986 hoofdredacteur van de Doopsgezinde Bijdragen, het wetenschappelijke jaarboek van de Doopsgezinde Historische Kring. Tevens is hij hoofdredacteur van twee wetenschappelijke reeksen over de geschiedenis van het Nederlandse doperdom, uitgegeven door Verloren te Hilversum: de ene over lokale geschiedenis, en de andere met tekstedities.