prof. dr. W.J. Kooiman (1903-1968)

foto W.J. KooimanAls zoon van een hervormde predikant ging Kooiman in 1921 theologie studeren in Groningen. Hij werd daar geïnspireerd door de godsdiensthistoricus G. van der Leeuw (1890-1950), die vooral bekend is door zijn grote invloed op de ontwikkeling van de liturgie.

In 1927 werd Kooiman, inmiddels luthers geworden, predikant in de lutherse gemeente Wildervank-Veendam.

In 1935 werd Kooiman luthers predikant in Amsterdam en tevens secretaris van de commissie die verantwoordelijk was voor de bouw van de Maarten Lutherkerk in Amsterdam-Zuid.

In 1941 verscheen van zijn hand een studie over de geschiedenis van de Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam. Twee jaar later promoveerde hij in Amsterdam op ‘Luthers kerklied in de Nederlanden’.

Van 1946 tot aan zijn overlijden in 1968 was hij hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en tegelijk aan het Evangelisch-Luthers Seminarium.

Kritisch luisteren
Kooiman leerde zijn studenten kritisch naar Luther te luisteren. Voor hem was Luther tegelijk historische gestalte en een theoloog die in zijn uitspraken de historische afstand verrassend doet vergeten.

Internationale erkenning
Internationaal wetenschappelijke erkenning verwierf hij met name door zijn grote opstel over de verborgenheid Gods bij Luther, onder de kenmerkende titel ‘Gods maskerspel in de theologie van Luther’ (1955). Het leverde hem in 1960 ook een eredoctoraat van de universiteit van Münster op. In diezelfde periode was hij ook president van het ‘Internationale Kongress für Lutherforschung’.

Toegankelijk
Minstens zo belangrijk achtte hij het wetenschappelijk verantwoord, maar voor een breed publiek toegankelijk publiceren en spreken over Luther. Zijn radiolezingen werden wijd en zijd bekend en het daaruit ontstane boek ‘Luther, zijn weg en werk’ (1954), eveneens.